Ik heb een droom

Ik heb een droom,

dat ooit op een dag,

dit volk zal opstaan en waarlijk zal handelen in de geest van zijn credo.

Ik heb een droom,

dat ooit in de stad Amsterdam,

met zijn boosaardige doorverkopers,

en met feestliefhebbers die voortdurend tegen elkaar uit
worden gespeeld.

Dat daar, de jongetjes en de meisjes,

hand in hand zullen dansen.

Met jongetjes en meisjes,

die hetzelfde voor hun kaartje hebben betaald.

Ik heb een droom.

Schurk of Staatshoofd?

Ik kan mij nog goed herinneren wat ik enkele maanden geleden op de voorpagina van Het Parool las: “Niets is gratis, alleen de zon”, aldus Somohardjo vandaag in Dagblad Suriname. En de vage tinteling die volgde. Wat dat gevoel te betekenen had en of ik het als positief en negatief moest bestempelen, wist ik niet. Trots? Zenuwen? Misschien eindelijk het ‘ik-ga-voor-een-half-jaar-naar-de-andere-kant-van-de-wereld-besef’?

Ik staarde naar de woorden van de Surinaamse politicus. De woorden gepubliceerd in de krant waar ik binnenkort (stagiair) verslaggever zou zijn. In het land waar het volk met volle bewustzijn besloot een ex-dictator, voormalig couppleger, oud-legerleider, veroordeelde drugshandelaar én hoofdverdachte van de Decembermoorden een tweede kans te geven. Met gevolg dat Desi ‘de onaantastbare’ Bouterse zichzelf binnenkort president van de Republiek Suriname mag noemen.

De toekomst van Suriname ziet er slecht uit, waarschuwen de Nederlandse media. Het beeld dat met het presidentschap van Bouterse opdoemt is er één van een verlaten land, eenzaam en door de wereld verstoten. En omdat hij democratisch gekozen is, is de ellende dat er niets anders opzit dan afwachten: tot de drugsbaronnen alle sectoren van de economie hebben overgenomen, criminaliteit het dagelijks leven overschaduwt en de mensen wanhopig zullen schreeuwen om hulp. Maar het Surinaamse volk ziet dit anders. Het verleden is vergeten en sociologisch is dat ook wel te verklaren: de meerderheid van de Surinamers is geboren na 1982. Wat er vroeger is gebeurd doet hen vrij weinig. Ze hebben andere dingen aan hun hoofd, zoals een huis en werk. De machotaal van Bouterse doet hen geloven dat hij verandering kan brengen in de politieke zooi van de afgelopen jaren.

Desi Bouterse: een charmante verschijning, gepassioneerde prater, prima danser en leider van de grootste partij van Suriname, die door jongeren op handen wordt gedragen.

Moderne mediapriesters met een missie

Niet dat we nu perse zo ontzettend minder gelovig of spiritueel zijn geworden in Nederland, maar feit is het wel: de Katholieke Kerk in Nederland heeft het erg zwaar. Vorig jaar maakte aartsbisdom Utrecht bekend dat er weer een priester opleiding moest sluiten omdat er simpelweg nog te weinig aspirant priesters zijn. Er is iets gaande dat ervoor zorgt dat we niet meer massaal naar de kerk toestromen. We uiten onze trouw aan God blijkbaar op een andere manier. Zal de oorzaak hiervan zelfs in deze wereld, waar je het wellicht als laatste bij verwacht, liggen bij technologische ontwikkelingen?

Ze geven een nieuwe, postmoderne invulling aan het geloof: de moderne media priester. Gewapend met de nieuwste iMac computer, camera, mengpaneel en microfoon proberen zij het tij te keren. Boegbeeld van deze geloofspionieren is priester Roderick Vonhögen. Terwijl kardinalen in 2005 stemden over een nieuwe paus, trok hij als een razende reporter door Rome om hierover verslag te doen. Vonhögen zorgde er in deze tijd voor dat er een vierde ‘p’ kon worden toegevoegd aan het rijtje van paus, priester en pastoor: de podcast. Het radio maken via internet was een hypermodern medium, maar toch vond Vonhögen het de ultieme manier om ‘zijn’ mensen te bereiken.

Als eerste reactie zie ik -als niet gelovige- een beeld voor me dat ik toch niet echt serieus kan nemen. Sterker nog, een voorstelling dat best op de lachspieren werkt. Een stereotype priester -streng kapsel, brilletje, ouderwetse kledij, kruisje op de borst genaaid- met een koffer vol electronica gecustomized met Maria-icoon, vergezeld door een tuttig nonnetje in een grijze habijt.

Dan google ik eerwaarde Vonhögen op en al snel kom ik op zijn Facebook, Hyves en Twitter account. Hm, ziet er niet eens zo belachelijk uit, die ‘pastoor Roderick’. Begin veertig, sterke kaaklijn, levendige frisse presentator van het programma Katholiek Nederland TV. Uiteraard niet te vergelijken met onze Arie Boomsma, maar toch: hij brengt een interessante kijk in de wereld van de katholieke kerk en bereikt hier dagelijks maarliefst 7000 mensen mee.

Interessant gegeven vind ik dat Vonhögen aangeeft in een uitzending van De Wereld Draait Door dat van al die bezoekers, meer dan de helft niet eens katholiek is. Nieuwe media zorgt er blijkbaar voor dat er een grote groep mensen betrokken raakt met een geloof, terwijl zij dat eerst waarschijnlijk niet zo waren. Het lukt de kerk op deze manier om weer midden in de samenleving te gaan staan, zonder dat de doelgroep actief deel hoeft te nemen buitenshuis.

Zonder twijfel kan ik beantwoorden dat de hedendaagse geloofsbeleving duidelijk aan het veranderen is. Geloof wordt veel toegankelijker door gebruik te maken van nieuwe media. Iets wat met name voor de jeugd hard nodig is. Natuurlijk willen zij niet ‘alleen maar leuk’ en moet er ook een boodschap achter zitten, maar ook het geloof mag mee gaan met de tijd. Dus hup: geef de priester zijn make-over en gaan met die hostie.

Idolen met ideeën

‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, luidt een bekend oer-Hollands gezegde. Een uitdrukking die politici langzaam maar zeker uit hun spreekwoordenboekje schrappen. Immers: hoe gekker en aantrekkelijker de boodschap verpakt, hoe meer mensen je bereikt. Als medepresentator bij RTL Boulevard, strijder in een reddingsactie voor behoud van Lingo, of glunderend voor een draaiende camera gekust worden door de sexy Katja Schuurman en Bridget Maasland (“hier heb ik het voor gedaan!”) , zelfs onze oud minister-president Balkenende besloot aan de trend te geloven. Politici die neer worden gezet als idool en op deze manier zieltjes voor zich winnen. Maar versterkt die opkomende fancultuur het politiek burgerschap ook daadwerkelijk?

De manier waarop de hedendaagse Nederlandse politiek wordt uitgevoerd, was vroeger ondenkbaar. Tot er een nieuw soort celebrity-politicus het beleidspodium betrad: Pim Fortuyn. Als geen ander voelde hij zich thuis in de beeldcultuur en wist hij soepel te schakelen tussen de werelden van politiek en vermaak. Door zijn privéleven via televisie aan het volk te tonen en niet bang te zijn pittige uitspraken te doen, introduceerde hij een soort entertainmentpolitiek die we nog niet kenden. Gewaagd, maar nuchter Nederland pikte het: politiek was niet meer voor de elite, maar voor de gewone man. De ‘professor Pim-soap’ werd een ongekend succes en de toon was gezet.

Na Fortuyn doemt er een nieuwe lichting politieke sterren op: Wouter Bos, Ayaan Hirsi Ali, Jan Marijnissen, Alexander Pechtold, Rita Verdonk en Geert Wilders. Critici zijn van mening dat de opkomst van het sterrenstelsel in de politiek leidt tot een oncontroleerbare, emotiegestuurde ‘dramademocratie’ waarin vervlakking, manipulatie, cynisme en fun de hoofdrol spelen. Hier is een sterk punt gemaakt. Natuurlijk kunnen politici niet zonder media, maar er is wel kans dat ze zich in mediageilheid verliezen. Om elkaar bij te houden dreigt het ernaar dat de ene gekke stunt na de andere moet worden uitgevoerd om maar in de belangstelling te blijven. Risico: het verliezen van de geloofwaardigheid van verstandig bestuurder.

Er zijn ook goede ontwikkelingen op het gebied van nieuwe politiek. Kamertweets bijvoorbeeld: een vervolg op de Twitterende politici. Op deze site worden politieke Tweet debatten gevoerd, waar steeds meer politici aan meedoen. Aantrekkelijk en makkelijk om te volgen, en zo komt men toch in contact met ideeën die voorheen misschien niet aankwamen. Passieve burgers -de grote groep die zich niet aangetrokken voelt tot politiek omdat ze bijvoorbeeld niet op de hoogte is van de beleidsplannen van politici- zoals jongeren, worden bereikt.

Gevaar is dat die passieve burgers zich vaak wel aangetrokken voelen tot een bepaald soort leider. Misschien kunnen we grof gezegd wel twee soorten politici onderscheiden: met inhoud, zonder charisma en met charisma, maar minder inhoud. Politici met alleen maar charisma kunnen zich vaak prima redden en zullen zich alleen maar beter staande kunnen houden in de tijd van de celebrity-politici. Het is aantrekkelijk voor media om over hen te berichten, entertainment sells, en dus zullen zij een hoge naamsbekendheid verwerven. Zaken als beleid en ideologie verdwijnen naar de achtergrond.

Al met al vind ik dat de popularisering van de politiek en de opkomende fancultuur het politiek burgerschap positief beïnvloed. Misschien verdwijnt op het eerste gezicht de boodschap, maar ik denk dat naar aanleiding van verschijningen in de media men zich dieper verdiept in een persoon of partij. Een grote mond krijgt veel aandacht, maar toch zal de politieke inhoud zodanig doordringen bij het Nederlandse volk, dat zelfs de grootste mond uiteindelijk door de mand kan vallen.

Kom dan jonge

Er lijkt een opkomst te zijn van het minder serieuze en grove geluid. De jongerencultuur van tegenwoordig heeft het gehad met de vertrutting van de afgelopen tijd. Politiek verantwoorde feestjes waar het draait om zien en gezien worden verdwijnen, de nette singer-songwriters van de laatste jaren zijn niet meer hip. Het mag rauwer, lomper en harder.
De belangstelling hiervoor is ook merkbaar in taalgebruik onder vrienden. Met name de hitserie New Kids en internethype Kabouter Wesley waren een tijd bron van inspiratie. Was je vroeger hip als je “ goeiemoggel” op het juiste moment wist in te brengen, nu hoorde je erbij als je je zin bits afsloot met de woorden “verrekte kut/mongol/kukewaus”. Deed iemand vervelend dan werd er gewaarschuwd met: “Hou me tegen, ik maak ‘em kaa-pot”. Was er een feestje dan werd de oerkreet “gratis biiiieeer” uitgeslagen en rond etenstijd was er altijd wel iemand die “een broodje bakpau uit de frituur” voorstelde. Uiteraard allen met Brabants accent, totdat iemand er een Vlaams ‘Kabouter Wesley’ grapje ingooide. Soms in oorspronkelijke vorm, naarmate de uitspraken vaker gebruikt waren in zelfgecreëerde.
‘En wat is daar het praktisch nut van?’ Niets. Het ligt er allemaal zo dik bovenop, maar toch heeft de grap keer op keer succes. Totdat we het zat zijn en met z’n allen meegaan in een andere taaltrend. Wie begint?